Talen

Stadspaleis

1496 - 1506 - de eerste inwoners

In 1496 koopt Frans van Busleyden, de broer van Hiëronymus van Busleyden, een woning in Mechelen. Op dat moment is de stad het bruisende centrum van het Bourgondische rijk. De aanwezigheid van figuren zoals Margareta van Oostenrijk maakt Mechelen heel populair bij rijke edellieden en hoge ambtenaren. In 1502 sterft Frans en komt zijn woning in het bezit van zijn drie broers: Valerius, Gilles en Hiëronymus. Die laatste zal meer dan wie ook zijn stempel drukken op het huis.

1506 - 1518 - Hiëronymus de gastheer

In 1506 wordt Hiëronymus de enige eigenaar van het stadspaleis, en hij heeft grote plannen met het gebouw. Hij bouwt de woning uit met twee hoofdvleugels, een tuin, stal, opslagplaats en bediendenverblijf. Zo is het stadspaleis indrukwekkend genoeg om belangrijke gasten te ontvangen, zoals Erasmus en Thomas More. Zij komen samen in een bijzondere ruimte die je vandaag nog kan bezoeken, het hypocaustum. Het is een kleine kamer die gemakkelijk lekker warm te krijgen is. Het hoogtepunt in deze kamer zijn de prachtige muurschilderingen, geïnspireerd op mythologische verhalen.

In 1517 sterft Hiëronymus van Busleyden op terugtocht van een reis naar Spanje. Het betekent het einde van een belangrijke periode voor dit stadspaleis.
 

1518 - 1580 - vernieling en plundering

In 1518 komt het stadspaleis in handen van de familie Le Sauvage. Het zal tachtig jaar in hun bezit blijven. Maar het zijn geen mooie tijden voor Mechelen. In 1546 ontploft de Zandpoort, die een groot deel van de stad in de as legt. In 1572 en 1580 ondergaat de stad de plunderingen van de Spaanse en Engelse Furies. Het Bourgondische hof verhuist naar Brussel, en met hen vertrekken heel wat edellieden en ambtenaren. De eigenaars breiden het Hof van Busleyden niet langer uit, maar houden het grotendeels zoals het is.

1589 - 1620 - wisselende glorie

Rond 1600 leeft Mechelen weer op als religieuze centrumstad in de Nederlanden. Het stadspaleis krijgt in 1589 nieuwe eigenaars: Karel van Arenberg en Anna van Croy. Beiden behoren tot de allerhoogste adel. Het koppel bezit verschillende woningen en verblijft slechts af en toe in Mechelen.

In 1609 wisselt het Hof van Busleyden weer van eigenaar: Jacob van Varick, raadsheer in de Grote Raad, en zijn vrouw Johanna Rovelasca. In tegenstelling tot hun voorgangers behoren ze niet tot de hoge adel. Ze verkopen eerst delen aan de noordelijke zijde van het gebouw. Tien jaar na hun intrek verkopen ze ook de rest van de woning, dit keer aan Wenceslas Cobergher, een belangrijkste hofkunstenaar, die een heel ander plan voor het gebouw heeft.
 

1620 - 1828 - liefdadige instelling

Wenceslas Cobergher opent in 1620 een Berg van Barmhartigheid in het Hof van Busleyden. Armen kunnen er vrijwel renteloos een lening krijgen, met kostbare voorwerpen zoals juwelen of boeken als onderpand. Cobergher richt zo verschillende pandjeshuizen op in de Nederlanden,  waaronder ook die in het Gruuthusepaleis in Brugge. Als architect ontwerpt hij vele van deze instellingen zelf. Het statige stadspaleis moet wel wat aanpassingen ondergaan: zo komt er extra beveiliging en is er meer ruimte nodig. Het pandjeshuis zal enkele eeuwen lang verlichting bieden aan de hulpbehoevende Mechelaars.

1828 - 1879 - kleuterstemmen en muziek

In de 19e eeuw doet het stadspaleis nog steeds dienst als Berg van Barmhartigheid. Maar het pandjeshuis kampt met financiële moeilijkheden. Om extra inkomsten te genereren, wordt een deel van het gebouw verhuurd. Zo komt er vanaf 1828 een kleuterschool en in 1869 ook een muziekacademie.

1879 - 1914 - fantasierijke verbouwing

In 1879 krijgt het Hof van Busleyden een grondige opfrisbeurt, al is die eerder gebaseerd op esthetiek dan op historisch onderzoek. De architecten voegen romantische extra’s toe bij de verbouwingen: trapgevels, een tulpvormige torenspits en houten dakkapellen. Hoewel ze nu onlosmakelijk verbonden zijn met ons beeld van het stadspaleis, waren ze waarschijnlijk geen deel van het oorspronkelijke gebouw.

1914 - oorlog en vuur 

In 1914 breekt de Eerste Wereldoorlog uit. Hevige beschietingen tussen Duitse en Belgische troepen veroorzaken een felle brand in het Hof van Busleyden. Het grootste gedeelte van het gebouw gaat in vlammen op. Er blijven weinig authentieke elementen over, enkel de muren van het gebouw staan nog overeind. Gelukkig blijven de prachtige muurschilderingen uit het hypocaustum wel bewaard. Na de oorlog geeft de stad de opdracht om het stadspaleis opnieuw op te bouwen. De restauratie baseert zich op de geromantiseerde 19e-eeuwse versie van het gebouw.

1938 - 2010 - een museum is geboren 

De Stad Mechelen wil in het oude stadspaleis een nieuw stadsmuseum onderbrengen om de geschiedenis van de stad te vertellen. De officiële opening vindt plaats op 31 juli 1938. Op die dag bezoekt koning Leopold III de stad. Onder de oostelijke poort is vandaag nog de gedenkplaat te zien. Vanaf 1938 is het stadspaleis ook een beschermd monument.

2010 - 2018 - ondergrondse uitbreiding

Vanaf de late jaren 1990 droomt het stadsbestuur van een vernieuwd Hof van Busleyden. Het oude stadsmuseum is niet meer aangepast aan de noden van een hedendaags publiek. Architecten David Driesen en Hans Le Compte nemen de renovatieplannen voor hun rekening. In 2010 gaan de eerste verbouwingen van start.

Het stadspaleis krijgt een nieuwe uitbreiding: een state-of-the-art exporuimte onder de grote binnentuin. Die zaal maakt het mogelijk om tijdelijke tentoonstellingen te organiseren, die elke keer een nieuwe inrichting nodig hebben. De ruimtes van het stadspaleis zelf worden heringericht, geïnspireerd op de oorspronkelijke indeling.
 

2018 - 2024 - nieuwe tuinen, dak, ramen en koffiebar

In 2018 heropent het museum onder de naam ‘Museum Hof van Busleyden’. In de jaren nadien ontvangt het museum vele duizenden bezoekers op de vaste expo, tijdelijke tentoonstellingen en activiteiten. 

Na de grondige restauratie van de binnenkant van het gebouw, is het in 2022 de beurt aan de buitenzijde van het gebouw. Tijdens deze grootschalige restauratie krijgt het stadspaleis een nieuw dak en  worden alle ramen en houtwerk vernieuwd. De tuinen worden onthard en opnieuw aangelegd. Na meer dan 10 jaar leegstand wordt het 18e-eeuwse hoekgebouw ’t Schipke omgebouwd tot koffiebar van Museum Hof van Busleyden.

 

2024 - vandaag

In de lente van 2024 mag Museum Hof van Busleyden opnieuw de deuren openen, dit keer met een herwerkte vaste expo en hernieuwde focus op de Bourgondisch-Habsburgse periode. Het museum heet bezoekers welkom in drie unieke werelden: die van Margareta van Oostenrijk, die van de teruggetrokken Gasthuiszusters en die van de eerste bewoner Hiëronymus van Busleyden.
 

Blijf op de hoogte

Meld je aan voor de maandelijkse nieuwsbrief. Zo zit je altijd op de eerste rij om meer te horen over onze activiteiten, tentoonstellingen en onderwijsprogramma's.